Rode wijn wordt van blauwe druiven gemaakt, witte wijn wordt van witte druiven gemaakt. Een aanname die nog steeds vaak gemaakt wordt. En over het algemeen zal in rode wijn vaak inderdaad meer blauwe druif worden gebruikt, en in een witte meer wit, maar je kunt prima witte druiven in Rode wijn gebruiken, en blauwe druiven in wit! Hoe dat zit, lees je hier!

Hoe komt een wijn aan zijn kleur?

Een wijn krijgt zijn kleur uit de schilletjes van de druiven. Vandaar dat je geen rode wijn kunt maken van alléén witte druiven, maar worden er wel soms blauwe druiven gebruikt bij het maken van Witte of Mousserende wijn. Het sap van de wijn is namelijk altijd kleurloos. Maar het grote verschil tussen rood en wit zit ‘m vooral in het proces.

Bij het maken van witte wijn, worden de druiven eerst geperst. Alléén het sap van de druiven wordt vervolgens gefermenteerd. Zonder schilletjes of steeltjes. Het sap is altijd kleurloos. Vandaar dat je met deze methode witte wijn krijgt. Omdat de schillen en pitten niet mee worden genomen in het alcoholische gistingsproces, zul je dus ook geen tannines tegenkomen in witte wijn. Na het gistingsproces zal witte wijn rijpen op tanks of vaten. Deze zijn vaak van hout, RVS of beton. Daarna kan de wijn gebotteld worden. De wijnmaker kan er nog voor kiezen om de wijn nog op de fles verder te laten rijpen voordat hij hem verkoopt.

Bij het maken van rode wijn, worden de druiven eerst gekneusd. Het sap wordt samen met de most (de schillen en pitten) gefermenteerd. Tijdens dit proces geven de schilletjes de kleur af. De schillen en de pitjes geven trouwens ook tannines af! Na de vergisting wordt de wijn geperst. Het eerste deel, wat eigenlijk als het ware vanzelf wegloopt, is het hoogst in kwaliteit en noem je ‘afloopwijn’. Daarna wordt er nog voorzichtig geperst. Dat is de ‘Perswijn’. Dit wordt voorzichtig gedaan om er voor te zorgen dat de pitjes heel blijven en er niet meer tannines vrijkomen.
Hierna wordt de wijn gerijpt op vaten die net als bij witte wijn van bijvoorbeeld hout, RVS of beton kunnen zijn. Ook hier kan de wijnmaker er weer voor kiezen om na het bottelen de wijn nog even te laten rijpen op de fles, voordat hij hem verkoopt.

We vatten het even samen in een plaatje! 😉

En hoe zit het dan met Rosé?

Hoe Rosé wordt gemaakt is ook een beetje afhankelijk van waar de Rosé vandaan komt. In de ‘oude wereld’ (Europa) zijn de regels hiervoor wat strenger. In de ‘nieuwe wereld’ zijn ze wat soepeler. Er zijn verschillende manieren om Rosé te maken. Zo kun je Rosé maken met blauwe druiven (al dan niet gemengd met witte druiven) en deze eerst licht persen. De persing is dan zachter dan bij rode wijn, zodat er niet te veel kleur uit de schil in het sap terecht komt. Ook kun je de wijn laten ‘Bloeden’ (In het Frans noemen ze dit ‘Saigner’). Dan gaan de schillen, zoals bij rode wijn mee in de vergistingstank. Zodra er genoeg kleur is afgegeven laten ze het sap weglopen. Zo komt er niet veel kleur in de wijn en blijft er een roséwijn over.

Voor lichte rosé wordt vaak de persingsmethode gebruikt. Het meevergisten resulteert vaak in een wat donkerdere rosé, maar uiteraard is het allemaal afhankelijk van hoe lang het sap in contact is geweest met de schilletjes.

Overigens kun je om rosé te maken ook een beetje rode wijn door de witte wijn mengen. In de ‘Oude wereld’ is dit meestal verboden (behalve bij het maken van rosé Champagne). In landen zoals de VS is dit wel toegestaan!